vrijdag 4 november 2011

Duits is vies


Ze zocht het land op voor de taal. De ruwe, harde en bijna smerige klanken. Met Duits in haar oren klonk het leven altijd een stuk beter.

Sanne was dapperder en doortastender in de meest wellustige stad van Europa. Ze had Berlijn nog nooit gezien voordat ze er met vijf koffers en een oude fiets naartoe verhuisd was.

Ze zat iedere ochtend in de S-Bahn naar Warschauer Straße, om haar droom te leven. In het Duits was alles mooi, zelfs werken in een callcenter. De flauw-flirtende afdelingsmanager werd een droomman, waarmee ze zich al in een kleine Duitse Bauernhof zag wonen. De traditioneel-verplichte labrador zou Heinz heten en de poes werd de gestiefelde kater, of het nu een kater was of niet. Dat maakt niets uit, want in het Duits was alles fijn.


Vijf mannen verder – en meerdere jaren later - begon het Duits zijn glans te verliezen. De callcenterfunctie werd een nette baan met een normaal salaris en een beetje aanzien. Maar de droom was realiteit geworden. En niets is zo afstotend als de werkelijkheid. De klanken klonken niet meer veelbelovend, maar herinnerde aan ervaringen die ze liever wilde vergeten.

De echte man die iedere vrijdagavond met liefde currywurst in de keuken stond te bereiden was te voorspelbaar, te bekend. Ze hield niet eens van worst met kerrie en begon de ooit met sprankelende ogen ontdekte Duitse supermarkten te haten. Een stad vol mogelijkheden werd een plek die haar constant herinnerde aan alle verloren kansen.

***

Het is de allerlaatste week, over een paar dagen gaat ze deze stad voor altijd verlaten. Tenminste, als inwoner. Ze haalt haar schouders op en kijkt zonder interesse naar de huizen en straten waar ze jarenlang met glimmende blikken doorheen heeft gelopen, gefietst en gereden. Het doet haar niets meer. Fronsend en een chronisch gevoel van teleurstelling en frustratie met zich meeslepend loopt Sanne door. Een auto toetert als ze door een rood stoplicht loopt.

'Arschloch,' mompelt ze de bestuurder na. Duitsers zijn in de afgelopen jaren de vleesgeworden duivels voor haar geworden, ze haat ze nu stuk voor stuk. Het naïeve geluk is sluipendlangzaam veranderd in bitterheid en afketsende woede. Als ze bijna thuis is piept haar iPhone.

'I am on my way home,' schrijft haar baas. Een Duitser, maar een die zijn Engels wil verbeteren door met haar in het Engels te communiceren. Een van de weinige mannen waar haar buik nog op reageert als ze aan hem denkt. Het leven in een stad als Berlijn doet een vrouw vroeger of later alle gevoel voor romantiek verliezen.
'Ok,' typt ze met moeite terug. Ze haat ook de iPhone, symbool voor haar hoogtepunt van carrière in Berlijn. Het typen is bijna onmogelijk op de touchscreen.

Ze draait zich vastberaden om en loopt weer terug naar het kruispunt. Het is middernacht en de hemel is zo donker en troostend als zij alleen in Berlijn kan zijn. Als een geruisloos deken om de wilde en groots verlichte stad gewikkeld.

Haar baas woont om de hoek, ook in Prenzlauer Berg, vlakbij de Schönhauser Allee. Hij was altijd haar baas, maar eigenlijk waren ze vanaf dag één vrienden. Zoals alleen mannen kunnen zijn, zonder een woord te zeggen, vol vanzelfsprekendheid. Alsof het niet anders had gekund. Hij was jong, probeerde zijn macht enigszins te etaleren en had een mooie roodharige vriendin. Ze werkte ook bij hen.

Bij 'Neubauer' belt ze aan. Ze is hier al eens eerder geweest, ze weet dat hij op de bovenste verdieping woont, in een grote loft.

Glimlachend doet hij de deur open.

'Je ziet er anders uit, ' zegt Sanne. 'Je bent veel afgevallen. '

'Ja,' knikt hij, 'maar niet bewust. Vanwege stress.' Hij kijkt even naar zijn handen. Dan kijkt hij Sanne weer aan en gebaart haar naar binnen te gaan. 'Je ziet er goed uit.'

Hij heeft een giletje aan, zijn handelsmerk mode-item, en een gladgestreken designblouse. Iets van Hugo of Armani, weet Sanne. Hij lijkt een beetje nerveus, een ontwapenende gewoonte die ze koestert.

'Wil je iets drinken? ' vraagt hij en zet zonder op een antwoord te wachten een glas roséwijn voor haar neus. Sanne zit op de bank, kijkt naar het glas en pakt het op. Het is donker buiten, en rustig – de typische rust die zich alleen aandient als het grootste gedeelte van de stad ligt te slapen. Een bijzondere soort van rust, waardoor je je bijzonder voelt. Alsof je de enige bent die er nu nog is.

Het is bijna half één.

'Wil je Mad Men kijken?' vraagt hij en haalt zijn iPad tevoorschijn. Sanne knikt.

Hij kruipt naast haar op de bank en houdt het tabletbeeldscherm op zijn schoot. Hij neemt haar hand in de zijne en begint langzaam haar vingers te strelen.

De haartjes op haar hand, haar arm en haar rug staan meteen rechtop. Kriebels en koude rillingen rollen over haar lichaam. Uitroeptekens vormen zich in haar gedachten. Zonder woorden, alleen luid roepende symbolen. Even heft hij zijn hoofd op en kijkt hij haar aan.

'Alles goed?' fluistert hij.

'Ja,' knikt ze.

Dan draait hij zich om en neemt haar gezicht in zijn handen. Een, twee, drie, vier seconden kijkt hij haar aan. Diep, diep in haar ogen. Sanne bijt haar lip, ze weet niet wat ze moet doen. Ze kan hem niet zo oprecht in de ogen kijken.

Hij kust haar. Niet vies, niet ranzig, niet een ik-wil-seks-met-je-zoen, maar een echte. Een met gevoel, vertedering en liefde. Een soort zoen die Sanne in al die jaren in Berlijn nooit heeft gehad, maar altijd heeft gezocht.

Morgen komt de verhuiswagen. De dozen staan al klaar.

0 comments:

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...