maandag 16 mei 2011

Eigenwijs verlaten

Leaving cockey



Ze had altijd wel geweten dat het op een dag voorbij zou zijn. Maar het was meer een waarneming dan een houding geweest, ze wisten allebei dat ze niet voor eeuwig zouden zijn. Nooit was er sprake geweest van een echt einde. Behalve nu.
Ze had gezworen niet te huilen. Niet voor die klootzak - hij die altijd zo oprecht was geweest, maar nu zou hij gehaat worden. Hij had haar alleen gelaten en was verder gegaan met dat waar hij tijdelijk mee was gestopt. Doordat hij al constant vanaf het begin over hun eindigheid was begonnen, was het haar niet opgevallen toen hij serieus werd. Vastberaden hun moois ongedaan te maken alsof het nooit had bestaan.
Ze kon zichzelf wel ongelofelijk veel pijn doen. Als het enig nut had gehad had ze het dan ook zeker gedaan. Maar ze wist dat het niets uitmaakte, alles was verloren. Ze was zó dom geweest. Nooit had ze zichzelf toegelaten te geloven in het belachelijk concept van de liefde. Totdat ze hem had gezien, het was haar droom. Ze hadden dan ook geen echte relatie, juist dat hield haar op de been. Het was haar eigen heerlijke editie van volmaakte liefde. Tenminste, dat had ze al die tijd zichzelf laten geloven. Feitelijk kwam het gewoon goed uit voor hem.


Al die maanden had ze naar hem in verslindende stilte verlangd. Met als doel van het onbereikbare te genieten. Het was heerlijk, voor zolang het mocht duren. Toen begon hij haar langzaamaan op te merken. Idioot, had ze geroepen, dat hij haar opmerkte tussen al die honderden studenten. Ze was niet mooi, ze had geen mooi lichaam, kleedde zich niet bijzonder en had geenszins een bijzondere factor in haar uiterlijke verschijning. Haar enige troef was iets dat niemand kon zien- haar geest. Nu bleek dat nu ook niet bepaald het aspect dat hem in haar aantrok.
Dat was juist het heerlijke aan hun affaire, het was zo beestachtig lustvol. Pure aantrekkingskracht. Het praten en het leren kennen kwam later, als logische bijzaak. Ze waren gewoonweg ziekelijk compleet verliefd. Als van die jonge hormonale gekke meisjes, die alleen maar aan hun liefde kunnen denken en al het andere vergeten. Zo waren zij. Onbenullig gelukkig.
Maar het walgelijk stomme met de liefde is dat het maar zo tijdelijk is. Niets is voor eeuwig, hoe krampachtig je er ook in wilt geloven. Ze had het zichzelf ook nooit voorgehouden dat ze samen nog lang en semi-gelukkig zouden leven. Toch was het er na enige maanden onbewust ingeslopen. Hoe langer het goed ging, hoe langer ze het nog fijn hadden, hoe groter de kans op samen blijven, niet? Totdat hij die dag zijn keel schraapte en ze onmiddellijk wist dat er iets heel erg fout was.
Zij schroomden nooit iets, niet samen. Geen hete brij waar omheen gedraaid werd, geen leugenachtige cliché 'ik hou van jou's en niets waar moeilijk over gedaan werd. Het was de meest primaire vorm van twee mensen die bij elkaar zijn, zonder enige vorm van maatschappelijke regels. Totdat hij kuchte. Toen was het meteen fout.

“Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen. Ik zeg het maar, dit is blijkbaar onze laatste ontmoeting.”
“Wat?” Ze wist het. Alles raasde in miliseconden door haar hersenen. De vrouw, ze was terug, ze had iets door, hij moest wegblijven, voor altijd. Godver- krak.
“Je weet dat ik altijd heb gezegd dat dit,” en hij gebaarde wild naar hun beslapen bed, “niet voor lang kan zijn.”
“Ja,” fluisterde ze zachtjes. Ze moest toegeven, aan hem. “Maar,” maar ze wilde helemaal niet, “alsjeblieft, kan je het niet uitleggen? Ik bedoel: waarom nu?”
Hij zuchtte diep. “Ik heb geen tijd voor dit sentimentele gedoe. Ik dacht dat we het hier over eens waren.” Hij leek zo stijf, gevoelloos en onaangedaan.
“Oh God! Wat is dit voor ijzige houding nu opeens? Kom op, je kan me toch niet proberen te zeggen dat het allemaal weg is, zomaar?” Ze probeerde niet hysterisch over te komen, maar ze vreesde voor het ergste. Ze voelde de tranen al over haar wangen lopen.
Hij klemde zijn handen woedend op elkaar. “Nee! Het is niet weg! Het is ook moeilijk voor mij, maar het moet! Ik ben de klootzak hier. Jij bent het niet die iedere dag een leugen moet leven! Iedere keer kiezen, tussen liefde en trouw.”
“Eigen schuld.” Het was nu niet alsof ze hem gedwongen had zijn vrouw te bedriegen met haar. Maar ze moest toegeven dat ze het niet anders had gewild.
“Wat?”
“Och, stel je niet aan. Doe nu niet alsof je geen woord Nederlands verstaat, meneer ‘Ik ben Brits’.” Stiekem moest ze denken aan hun eerste rendez-vous, toen zij zich nog niet bewust was van zijn uitgebreide kennis van de Nederlandse taal, die hij wijselijk verborgen hield.
“Ik moet nu weg. Alsjeblieft, maak het niet moeilijker dan dat het al is. Kom niet naar mijn office hours.” Hij deed zijn jas dicht en pakte zijn zwarte lederen tas.
“Maak je geen zorgen. Ik zal voor altijd bij je weg blijven. Ik zal je negeren, zodra ik je denk te zien. Het zal zijn alsof we elkaar nooit hebben ontmoet.” Ze snotterde luidruchtig, rukte haar jas en tas van bed en stormde de kamer uit.

Binnen had het hart krak gezegd, maar nu, terwijl ze met horten en stoten naar het station rende, viel het in de duizenden stukjes op de grond. Zo ver uit elkaar verspreid dat ze nooit meer terug gevonden konden worden. Iedere stap die ze zette deed meer pijn. Sterven aan liefde, dat leek nu te dichtbij. Ze wilde niet meer, gewoon niets meer. Kon ze maar gewoon even ophouden met voelen.
Alles vloog door haar hoofd en het deed allemaal zo’n pijn. De mooie herinneringen, de warme, hete emoties die ze nog op kon roepen uit voorgaande ontmoetingen. Het was zo kort, zo vluchtig en zo mooi geweest. Veel te mooi om waar te zijn. Maar nu ze het eenmaal had gekend, zat ze vast in een beklemmend net van verlangen. Ze kon niet meer niet naar hem verlangen. Het zat te diep, het was te bekend. Binnen een seconde kon ze oproepen hoe zijn vingers op haar huid voelden. Dat kón ze niet kwijt zijn.

De spiegel keek hem aan, de bekende spiegel. Hoe vaak hadden ze er niet samen voor gestaan? Ongelovig van hun eigen verlangen, dat het niet na een keer opgehouden was met bestaan. Hij had geweten dat het fout was, iedere keer dat hij een blik wierp op zijn bekende gouden ring. Maar hij kon niet anders. Je vrouw bedriegen is walgelijk laag, maar liefde verraden en negeren is een zonde van een heel ander niveau. Nu had hij het waarschijnlijk allebei vernield. Vanavond lag hij weer naast zijn bekende en ooit geliefde vrouw. Maar in zijn hart zou nog steeds dat meisje zitten, waarvoor hij meer had gevoeld voor wie dan ook op de wereld.
Oh, wat zou hij haar missen.

Hij voelde haar adem heet en onrustig in zijn nek. Alsof ze hem onmiddellijk zou doorzien en bespringen zodra hij een verkeerde beweging maakte. Hij poogde zo onschuldig mogelijk doodstil te blijven liggen, maar zelfs het ritme van zijn ademhaling leek overspeligheid te dicteren. Hij was enerzijds bang voor het feit ontdekt te worden, maar anderzijds kon hij niet wachten bevrijd te worden van zijn zware last. Waarom merkte ze nu niet dat hij niet meer verliefd op haar was? Hoe kon zij hem nog bij zich willen houden? De gedachten van een door gekte vervulde man- hij die niet meer rationeel na kon denken.
Zijn vrouw lag stilletjes te woelen, ze wilde haar man niet wekken. Ze begreep maar niet waarom hij zo anders deed, zo vreemd. Hij was net een door schuld verteerd kind, dat uit angst niet kon biechten. Zijzelf durfde niet eens te denken aan de mogelijkheden van zijn daden. De laatste jaren waren ze langzaam van hun zonnige piek naar een mistig dal afgedwaald, gevolgen die in een huwelijk nooit te stoppen zijn. Als het goed begint, eindigt het altijd slechter.
Hij werd gek. Wist niet meer wat hij moest denken of doen. Hij had er een punt achter gezet voor zijn huwelijk, dat was de verstandige beslissing geweest. Waarom had de juiste keuze dan geen gunstig effect? Waarom voelde hij zich alleen maar meer ongelukkig?



Dat liefde kan bestaan
dat alles goed kan gaan
't is vuurwerk
?

0 comments:

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...