Bridget Jones VS. Samantha Jones
Nu moet ik hem er toch echt even doorheen gaan rollen, hoor, een foute grap die al maanden door mijn leven kruipt. Vroeger (en waarschijnlijk nog steeds) vergeleek mijn moeder mij al met Bridget Jones. En niet alleen mijn moeder, zo werd ik ook eens opgedragen als een
Bridget Jones Playboybunny naar een verjaardagsfeest te komen. Dat deed ik overigens braafjes, het was een costume party. Enfin, ik lijk blijkbaar op Renée Zellweger's performance van Bridget, niet alleen qua persoonlijkheid, maar ook qua uiterlijk.
Onderdeel van deze typische kerstfilm is een scene die zich afspeelt tijdens de office party bij de uitgeverij waar Bridget werkt. Alwaar ze staand op een tafel en met een rendierdiadeem luidkeels
"I can't live without you" van Mariah Carey ten gehore brengt - beschonken en al - voor de neus van haar baas, op wie ze heimelijk verliefd is. Intrige, intrige alom. En nu moet ik toegeven dat ik soms onbewust parallelen tegenkom in mijn leven en dat van de fictionele sad lonely spinster Bridget Jones. Maar, zegt mijn vriendin dan altijd: Roos, jij bent geen Bridget Jones, maar meer Samantha Jones. (De op seks-beluste PR-dame uit
Sex & the City.)
Als ode aan de beide dames Jones, een verslag van míjn office Christmas party in Berlijn.
The office christmas partyDe climax van het werkjaar 2009 zou plaats gaan vinden in een bekende Berlijnse club aan de Potsdamer Platz, waar ik zelf al ettele malen was geweest voor een vermakelijke dansavond. Het is een vrij commercieel en bekend gebouw, dat van binnen geheel gedecoreerd is alsof je je in een klassiek kasteel bevindt. Zo'n club waar internationale sterren in een VIP-lounge kunnen gaan champagneren als ze eens in de stad zijn, zo'n club was het.
Ons bedrijf telt zo rond de 250 medewerkers. Veelal mannen. Geen slechte vijver om in te gaan vissen, behalve dan dat het je collega's zijn en je daar helemaal niets meer wilt beginnen, natuurlijk.
Nu schreef ik afgelopen zomer, toen ik hier net kwam werken, al over mijn collega Marc. Die mijn hoofd op hol wist te krijgen met zijn glimmende glansoogjes, mooie ronde billen en onze vaste lunches. Tot hij mij zó wist te frustreren met een Spaans-genaamde collega en het vermoedelijke bezwangeren van zijn vaste bedvriendinnetje. En hij ook geheel praktisch weg verhuisde naar ons andere filiaal. Good riddance.
We hebben altijd het kerstfeest nog, zeiden we nog tegen elkaar, tijdens een van de laatste gezamelijke lunches waartijdens hij stiekem een foto van mij maakte met zijn telefoon. Kerstfeest of niet, hij was er vandoor en zo gemakkelijk zou ik mij als ezel ook niet voor de derde maal tegen zijn steen stoten.
De vrijdag voor het feest, was hij voor een dag weer bij ons op kantoor. De hele dag probeerde ik hem te vermijden en negeren - hij was namelijk toevallig op mijn verdieping aan het werk. Totdat hij opeens mijn werkruimte binnen komt lopen, doelgericht op mij afstapt en aan mijn tafel komt zitten. Hoi, zegt hij, en we praten even. Onwennig, vreemd.
Mijn probleem met hem was altijd dat hij afstootte op het moment dat ik toenaderde en vice versa. Net als ik me weer bevrijd voelde van hem, stapte hij weer dichter op me af en begon ik weer te twijfelen.
We praten over onze werkprojecten en hij laat me een van zijn stukjes zien. Na een half uurtje staat hij weer op, en zegt hij, tot straks.
Voor die avond heb ik een plastic zak met mooie, maar doch iets spannende, avondkleren meegenomen. Het vroor die dag rond de 13 graden in Berlijn en op de fiets met een dunne panty had er waarschijnlijk echt toe geleid dat ik een van mijn ledematen was verloren. Ik fiets op het laatste moment naar de party location en kom verhit en bevroren aan en ren meteen de wc in.
Als ik even later mooi opgedoft naar buiten kom, voel ik me al meteen een stuk meer op mijn gemak. Het is duidelijk dat de oogjes van de meeste (onbekende) collegae mijn kleding afstropen. De eerste stop van de avond is natuurlijk een bar met alcohol. Ik regel een glaasje Riocha en probeer te beginnen met het doel van mijn avond: socializen en alle collega's leren kennen. Na 1,5 glas van de rode wijn ben ik al goed op gang, vanwege het tijdsgebrek die dag fatsoenlijk te lunchen. Na een paar verschillende groepjes aan mensen te zijn afgeweest, zie ik opeens in mijn ooghoek Marc. Met de "Spaanse".
Maar hij heeft de blouse aan die ik altijd zo aantrekkelijk op hem vond. (En wat hij ook wist.) Dus ik ben enigszins vertederd en stap op hem af. Hij knikt me toe en loopt in het kielzog van de Spaanse zo aan mij voorbij. Dan niet! roept mijn hart luidruchtig tegen mijn hersenen.
Die avond vraag ik een van de bedrijfseigenaren "of hij ook voor ons werkt?", met een grootschalig lachsalvo van o.a. mijn baas als beloning, vertel ik de eigenaar van de concurrent dat ik "met twintig mannen op de vakantiebeurs ga slapen voor onze links" en knuffel ik mijn eigen baas zo'n vijfmaal.
En dan sta ik opeens op de dansvloer. Daar wil ik zijn, ik hou van dansen. Maar opeens staat Marc naast me en om een onverklaarbare reden dansen we heel dicht bij elkaar. Hij probeert zijn gezicht heel dicht in de buurt van het mijne te brengen, maar het lukt me mijn hoofd af te wenden. En dan is zijn mond daar toch en kust hij mij.
Dan maakt het niet meer uit en is het voor alles te laat. Het hek is eindelijk van de dam gerukt en alle schapen vluchten het natte in. Ik grijp hem vast, hij grijpt mij vast, ik probeer zijn ziel en zaligheid door middel van zijn mond op te zuigen.
Maar dan hou ik op en verliezen we elkaar uit het oog.
Een half uur later vindt hij mij van een balkon starende. Ik ben dronken, overweeg naar huis te gaan. Ik ben ook een beetje verdrietig. Ik ben dom geweest, met iemand te zoenen die iets voor me betekende. Iemand die niets om mij geeft.
Hij komt naast me staan en vertelt dat hij op het vorige feest met de Spaanse zoende. En dat zij hem leuk vindt, maar het niet wederzijds is. Hij vraagt of ik nog wil dansen.
Als een sip vijf-jarige meisje knik ik hem toe en samen lopen we de trap af. Ik hou zijn hand vast. In de mensenmassa die grotendeels uit collega's bestaat zoenen we opnieuw. Domme, domme Roos.
Die nacht slaap ik braaf alleen thuis. En vraag ik me af, of ik hem ooit nog eens terugzie.