
Het is helemaal niet slim om te proberen vrienden te worden met je collega's. Vooral en bovenal niet wanneer zij geboren en getogen Duitsers zijn. Duitsers op de werkvloer behoren namelijk tot een hele andere subspecies van Homo Sapiens dan de Nederlanders.
Toen ik hier net begon, kende ik niemand. Toen probeerde ik dus door middel van de internetfirma's communicatiemiddelen met leuke mannen in contact te komen. (Er werken hier nl. ongeveer 200 mannen en misschien 20 vrouwen.)
En er is dus een man hier op mijn werk. Met het liefste en ontdeugendste snoetje van allemaal. Twee van die glimoogjes, een subtiel - maar aantrekkelijk - wipneusje en een mooi lichaam. De eerste weken keek ik stiekem achterom, telkens als hij voorbij liep. Hij heeft namelijk ook mooie billen.
Hij heet Marc en is nog maar vijfentwintig jaar oud. Vorige week vroeg ik Marc of hij met me wilde lunchen. Hij zei 'ja' en we haalden allebei een salade bij de supermarkt en aten die op het grasveld op. In de zon.
Daar gleden we oraal en cliché door elkaars basisinfo's heen. Waar we vandaan kwamen, wat we hier deden, waar we woonden, of we vrijgezel waren, waar we uitgingen etc.
Het was een wat afstastend maar gezellig samenzijn. De daaropvolgende dagen vroeg Marc me nog eens vaker mee om te gaan lunchen. Ik dacht dat we een soortement van stilzwijgende arrangement hadden.
Tot hij gisteren plots met een Spaanse slet ging lunchen. (Ze is lelijk en heeft een bril, daar niet van.) Ik was natuurlijk onmetelijk gekwetst. Dus ik zei er gisteren na zijn lunch wat van. Hij had haar zelfs meegenomen naar ons plekje.
Ja, ik had er gerust bij komen zitten, zegt die kwal. Nee, natuurlijk niet, ik weet wel wanneer ik niet gewenst ben, dacht ik.
Vandaag wordt het beter, hoop ik. De klok slaat half twee en ik zit afwachtend achter mijn computer te wachten tot Marc met hangende pootjes bij me terug komt. (Gisterenmiddag gaf hij me namelijk nog chocolade en vanmorgen leende hij mij zijn ballpoint uit.)
En wat ziet mijn oog? Verdomme, hij staat samen met de Spaanse hoer op en ze lopen (NIET EENS MET ELKAAR PRATEND!) de deur uit. Grommend en dampend van woede zit ik op mijn stoel keihard op mijn toetsenbord te slaan met mijn vingers (hardcore typen, heel therapeutisch voor de gefrustreerde vrouw).
Hij vraagt me dus niet eens meer mee om mee te lunchen! Nou JA! Wat een LUL!
Door Marclief zit ik even later gezellig in mijn eentje op een bankje met een hongerige en bijzonder doortastende wesp op mijn broodje.
Als ik hem na zijn tweede lunch als vreemdganger via onze messenger-service op zijn verraad aanspreek, reageert hij niet. Twee uur later deelt hij me mede (met een geforceerd concept van een gevoel voor humor) dat een vrouw niet genoeg voor hem is.
Ha. Ha. Meneer Marc. Nu is het te laat. Ik ga je vanaf nu zo ijskoud behandelen dat je over twee weken naakt en kwijlend onder mijn tafel ligt, smekend of ik je als-je-blieft wat aandacht kan schenken. En dat doe ik dan nog steeds niet.
Duitsers zijn zo ongelofelijk on-locker. Die kunnen niet met elkaar communiceren zonder er meteen een semi-Gestapo/Nazi verhoor van te maken. Die kunnen niet gewoon lekker relaxed lol met elkaar hebben - vooral niet op de werkvloer. Arbeitsethik, misschien moet ik er mijn brood mee gaan verdienen.
0 comments:
Een reactie plaatsen