IV.
FOR FATE WITH JEALOUS EYE DOES SEE
TWO PERFECT LOVES, NOR LETS THEM CLOSE;
THEIR UNION WOULD HER RUIN BE,
AND HER TYRANNIC POWER DEPOSE.
ANDREW MARVELL, THE DEFINITION OF LOVE
Zorgvuldig plaatst ze de artikelen op de kassaband. Haar lievelingstoetje, crackers en een fles ammoniak. Zoals ze wel vaker boodschappen doet. Meestal neemt ze wel wat meer gezonde dingen mee, maar vandaag heeft ze er even geen zin in. Gewoon, lekker makkelijk met wat lekkers op de bank liggen en de realiteit achter haar laten.
Het begon vanmorgen al toen ze op moest staan. Normaliter gaat dat niet zonder slag of stoot, maar deze ochtend leek alles voorspoedig te gaan. Ze had al meteen door dat het veel te goed ging. Op iets positiefs volgt altijd iets negatiefs – goed en kwaad gaan hand in hand. Haar instinct des onheils stond daarom al op scherp toen ze haar huis verliet.
Ze raakte niet betrokken in een tragisch ongeluk, was geen essentiële papieren vergeten en kwam zelfs op tijd aan.
Toen kwam ze hem tegen in de gang. Meteen was het raak. Hij liep haar niet voorbij, maar opende zijn mond en sprak. Bij voorbaat beet ze op haar lippen en werd ze rood. Iets verschrikkelijks zou hij zeggen – domme fouten, plagiaat, ze was toch niet geschikt, ontslag – en haar leven zou nooit meer hetzelfde zijn.
“Leonie, wil je even meelopen – ik heb iets wat je heel interessant gaat vinden.” Het duurde even voordat ze hoorde wat hij werkelijk had gezegd. Ze moest zich inhouden toen ze plots zijn hand op haar schouder voelde waarmee hij haar zijn kamer inloodste.
“Hier.” Hij had een dik en oud boek van zijn bureau gepakt en hield het triomfantelijk voor haar neus. Ze moest zich inhouden niet te gillen.
“Hoe kóm je hieraan? Een eerste druk?” Met open mond pakte ze het boek van hem aan en bladerde er doorheen.
“Inclusief de originele illustraties.” Ze kon het niet geloven. Hij keek haar verwachtingsvol aan ze kuste hem.
“Dankjewel,” fluistert ze tegen zijn lippen. “Maar ik moet weer verder. Vanavond nog samen eten?”
Hij knikt. “Tuurlijk.”
Al twee maanden lang verdrinkt ze haar principes. Een man – de man – waar ze haar tijd mee doorbrengt beschenkt haar met geluk. Dit ding, die intimiteit, doet iets vreemds met haar. Ze raakt er langzaam aan gewend, begint het aangenaam te vinden. Ze wil het vasthouden.
Hij kan haar wel eeuwige trouw beloven, maar ze is ook niet gek.
Het was heel duidelijk – eenvoudig zelfs. Ze behoedt zichzelf voor een donker, pijnlijk einde van iets moois. Ze neemt zelf het initiatief en balsemt haar geluk.
Hij glimlacht als ze hem die avond zijn glas met rode wijn brengt. Het maakt niet uit, zijn smaak in wijn is belabberd.
“Bijzonder,” zegt hij zelfs na zijn eerste slok.
Ze lacht terug en streelt hem over zijn wang. Hij is een mooie man – haar man.
Glimlachend loopt ze door de straat met haar boodschappentasje in de hand. Vandaag is een goede dag – en vanaf nu zal het voor altijd goed blijven.
Zo meteen kruipt ze lekker op de bank met haar toetje.